Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 21 februari 2017

Stem 15 maart voor Cultuur en Media, stem D66

Cultuur als bron van ontplooiing

Cultuur zet ons aan tot denken, verruimt onze blik, daagt ons uit, ontroert en troost ons, uit onze creativiteit en verbindt ons met ons verleden. Culturele uitingen houden ons en onze samenleving een spiegel voor en bieden de verbintenis met een gedeeld en ook soms gescheiden verleden. Daarnaast levert de culturele sector een wezenlijke bijdrage aan de leefbaarheid van onze gemeenten en de aantrekkelijkheid van ons land als vestingplaats en toeristische bestemming. De overheid heeft hierin een belangrijke rol. Allereerst door te zorgen dat iedereen, maar vooral onze kinderen, gelegenheid krijgt om kennis te maken met kunst en cultuur. Geen kind verlaat wat ons betreft de middelbare school zonder het Rijksmuseum te hebben bezocht. Degenen die bijzondere creatieve talenten krijgen hebben de kans deze te ontplooien. We zorgen dat er een gevarieerd aanbod van kunst en cultuur is – van klassiek tot vernieuwend. Dit aanbod maken we toegankelijk voor iedereen, ongeacht inkomen, leeftijd, culturele achtergrond en woonplaats. Ten slotte moet de overheid zorgen dat kunst en cultuur toekomstbestendig zijn, door onze monumenten, kunstschatten, archieven en archeologische vondsten te bewaren voor de generaties na ons.
De laatste twee kabinetten hebben afgerekend met cultuur. Het rijk en gemeenten en provincies bezuinigden elk bijna een kwart op hun budget. Dat is niet zonder gevolgen gebleven. Van de instellingen die sinds 2013 geen structurele rijkssubsidie meer ontvangen is de helft gestopt. Voor het overgrote deel gaat het om instellingen in de podiumkunsten. Musea, theaters en productiehuizen teren veelal in op eigen vermogens. Er zijn zo’n twintigduizend banen verloren gegaan en door beperkte loonstijging hebben de mensen die nog wel een baan hebben ook meebetaald. Er is niet alleen in het vet gesneden, het mes is te vaak tot het bot gegaan. D66 wil daarom gericht investeren in het herstel van cultuur. Daarbij houden we het versterkte ondernemerschap en de verwerving van steun van publiek uiteraard vast. D66 wil dat het komend kabinet investeert in cultuur.

Cultuur in het onderwijs

Kinderen moeten van jongs af aan in aanraking komen met kunst en cultuur. De school maakt kunst en cultuur toegankelijk, ook voor leerlingen die dat niet van huis uit meekrijgen. Cultuuronderwijs moet dan ook een vast onderdeel zijn van de lesprogramma’s in het lager en middelbaar onderwijs. We streven er daarbij naar om cultuur te integreren in de volle breedte van het onderwijs. Zo kan een biologieklas naar een natuurmuseum gaan, of een filosofieklas een bezoek brengen aan het theater.
Cultuuronderwijs is niet alleen leuk en inspirerend, maar het zorgt ook voor historisch besef en draagt bij aan de vorming van een eigen identiteit. Zo kan een schilderij of voorwerp een verhaal vertellen over het verleden en tegelijkertijd de verschillen en overeenkomsten met het heden laten zien. Kunstvakken, zoals theater, muziek en beeldende vorming, kunnen een creatieve geest stimuleren. Nieuwsgierigheid, iets op verschillende manier bekijken en leren beschrijven en het probleemoplossend vermogen worden door cultuuronderwijs gestimuleerd. Daarmee levert cultuureducatie een essentiële bijdrage aan de ontwikkeling van de creatieve vaardigheden van kinderen, vaardigheden waar ze nog een leven lang profijt van kunnen hebben. Het budget voor cultuureducatie, bijvoorbeeld voor het programma ‘cultuureducatie met kwaliteit’, wordt verhoogd en ook toegankelijk gemaakt voor voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs.

Topkwaliteit met allure

D66 wil gericht investeren in kwaliteit met internationale uitstraling, zoals toporkesten en beeldbepalende toneel- en dansgezelschappen. Daarbij kan de stimuleringsregeling voor de filmsector als inspiratie gelden voor de gehele creatieve industrie en is er ook ruimte voor samenwerking tussen de kunstvormen wat nu dikwijls tussen wal en schip valt. Deze investering geldt ook voor zogenaamde ‘moeilijke producten’ en kwetsbare vernieuwende cultuuruitingen. Met deze investering bouwen we de kwaliteit uit en dragen we deze uit in binnen- en buitenland. Daarnaast investeren we gericht in voorzieningen voor talentontwikkeling zoals productiehuizen en beurzen voor kunstenaars, architecten en ontwerpers.

De collectie van Nederland laten zien en laten leven

Nederland heeft een fijnmazig museumbestel met in vrijwel elke stad of dorp een museum. Al die musea samen, groot en klein, tonen de Nederlandse geschiedenis en ons rijke culturele verleden. Om die collectie vitaal te houden, moet het ook mogelijk blijven deze aan te vullen met nieuwe werken. Het Aankoopfonds en het Mondriaanfonds spelen daarin een belangrijke rol. Deze moeten dan ook de slagkracht hebben, om onze collectie levend en toekomstbestendig te houden. Met de musea gaat het goed: ze trekken jaarlijks meer bezoekers, ook uit het buitenland. Grote tentoonstellingen, de zogenoemde ‘block-busters’, breken records in bezoekersaantallen. Daar mogen we trots op zijn. Door als overheid garant te staan voor een groter deel van de verzekering voor topstukken kunnen nog meer museumbezoekers in Nederland genieten van de mooiste werken. Daarnaast pleiten wij voor het breder inzetten van de rijkdommen in de depots van de musea elders in de samenleving.

Maar laten we ons tegelijkertijd niet blindstaren op de bezoekersaantallen. En vooral ook oog blijven houden voor de onderzoekstaken van musea. Goed collectiebeheer is wellicht niet meteen zichtbaar voor de buitenwereld, maar wel een kerntaak van een museum en een voorwaarde voor succesvolle tentoonstellingen later. We moeten er dus voor waken dat de bezuinigingen die de sector te verduren heeft gehad ten koste gaan van het aantal conservatoren en de opleidings- en onderzoekstaken van een museum. Die zijn namelijk cruciaal voor de waarde van de collectie.

Erfgoed beschermen voor volgende generaties

Ons culturele erfgoed is het tastbare verleden dat we kunnen doorgeven aan toekomstige generaties. Dat erfgoed is overal te vinden. In archieven, musea, in verhalen en tradities, soms in het buitenland, maar soms ook gewoon op straat. Dat moeten we koesteren. Dit vraagt om afstemming tussen het rijk, de provincie en de gemeente, tussen rijksinstellingen en hun lokale omgeving, maar ook tussen de verschillende ministeries – het vraagt om een integrale benadering. Bij het beschermen van ons erfgoed voor de toekomst en bij het toegankelijk maken voor een groot publiek, speelt digitalisering een cruciale rol. Hiervoor moeten dan ook voldoende middelen beschikbaar zijn, onder andere door aanvulling van het Aankoopfonds Collectie Nederland en een duurzame publiek-private vorm van erfgoedfinanciering en -eigendom in een erfgoed trust. Om het voortbestaan van beschermd erfgoed te verzekeren pleiten wij voor de herbestemming van historische gebouwen en infrastructuur.
De digitale collecties van erfgoedinstellingen en musea zijn van grote waarde voor innovatie in de wetenschap, het onderwijs en de creatieve industrie. Achter de schermen behartigen deze instellingen de belangen van menig wetenschapper, student, journalist, auteur en documentairemaker. Het is van belang de financiering van de behoud- en beheerstaken van musea en erfgoedinstellingen hierop grondig te herzien en de toegankelijkheid beter vorm te geven.

Auteursrecht moderniseren

D66 vindt het belangrijk dat een eerlijk deel van opbrengsten terecht komt bij artiesten en makers, ook bij exploitaties online. Het auteursrecht moet auteurs en artiesten in staat stellen mee te delen in het vruchtgebruik van hun werk en daarnaast de toegankelijkheid van beschermde werken faciliteren. De digitale ontsluiting en open gebruik van collecties van erfgoedinstellingen en musea worden door het huidige auteursrecht tegengewerkt. D66 is daarom voorstander van invoering van een digitaal leenrecht, wettelijke ondersteuning van ‘extended collective licensing’ en een fundamentele hervorming van het Europese Auteursrecht online.

Werken aan toegankelijkheid

D66 vindt het belangrijk dat iedereen toegang heeft tot het culturele aanbod. Dus ook jonge mensen en nieuwe Nederlanders. Dat vraagt vindingrijkheid en initiatief van culturele instellingen. De overheid moet dat stimuleren door meer waardering en financiële ruimte te geven voor brede festivals en genres die buiten de traditionele kunstuitingen vallen. En door ruimte te bieden voor experimenten met nieuwe vormen van presentatie en manieren om het publiek te bereiken. D66 wil cultureel ondernemerschap verder ondersteunen en ontwikkelen. Daarom willen we de bestaande regeling “cultuur ondernemen” na 2017 continueren.

Cultuur in heel het land

De huidige Basis Infrastructuur (BIS) is gebaseerd op een evenwichtige spreiding van culturele voorzieningen over het land, maar houdt te weinig rekening met regionale verschillen en behoeften en met culturele en sociale diversiteit. D66 is er voorstander van dat regio’s – culturele instellingen samen met de regionale en lokale overheden – samenwerken in het ontwikkelen, in stand houden en uitwisselen van expertise en samen voorstellen ontwikkelen voor een samenhangend cultureel aanbod in de regio, waarbij financiering van rijk, provincie en gemeenten worden gebundeld.
Verhoging van het budget voor de BIS gaat niet ten koste van budgetten van de fondsen. Op termijn wil D66 de BIS en de fondsen in samenhang hervormen, om meer recht te doen aan de spanning tussen continuïteit en vernieuwing.

Inkomenspositie van kunstenaars versterken

Mede door de recente bezuinigingen staat de inkomenspositie van kunstenaars en artiesten zwaar onder druk. Kunst bestaat niet zonder hen. D66 vindt daarom van belang dat in het cultuurbeleid aandacht is voor de positie van kunstenaars en artiesten. Zeker van gesubsidieerde instellingen, omroepen en festivals verwachten we goed werkgever- en opdrachtgeverschap. Belangrijke instrumenten, naast beurzen en stipendia, kunnen zijn: subsidievoorwaarden voor instellingen, het auteurs- en naburig recht en de herwaardering van de 1%-regeling voor de inzet van kunst bij de ontwikkeling van bouwopgaven.

Media als waakhond van de democratie

Een divers media- en omroeplandschap is van het hoogste belang voor een samenleving die haar kritisch vermogen wil blijven ontwikkelen. Wanneer mensen kennis nemen van andere standpunten en andere manieren van kijken naar een werkelijkheid neemt de kans op begrip toe. Het alleen maar horen van bevestiging van het eigen gelijk in media van eigen kring kan daarentegen leiden tot een grotere tweedeling. Kritische media zijn cruciaal in een tijd waarin mensen weer meer optrekken met gelijkgestemden en zij minder blootgesteld worden aan andersdenkenden.
Onafhankelijke journalistiek is een essentiële voorwaarde voor een moderne en sterke democratie. Die journalistiek staat onder druk door bezuinigingen en door concurrentie van gratis alternatieven. Redacties verdwijnen of worden kleiner en worden kwetsbaar doordat ze steeds meer afhankelijk zijn van freelancers. Steeds minder journalisten moeten een keuze maken uit het aanbod van steeds meer persvoorlichters. Nieuwsmedia gaan bovendien steeds verder om de gunst van de lezer, kijker en luisteraar te winnen. Dat gaat ten koste van de ruimte die de professional, de journalist, heeft om nieuws te brengen dat volgens hem belangrijk is. Met name de lokale en regionale onafhankelijke en pluriforme media en journalistiek staat onder druk. Dat terwijl we meer overheidsmacht en democratische bevoegdheden hebben gedecentraliseerd. Het is van publiek belang dat er op alle niveaus sprake is van onafhankelijke, hoogwaardige en kritische journalistiek.

Publieke omroep onderscheidend op kwaliteit

Er is een duidelijke publieke mediataak gericht op nieuws, informatie, cultuur en educatie. Nederland heeft een unieke publieke omroep die van oudsher de hoofdrol speelt in het uitvoeren van die taak. Daarbij staan niet gemiddelde kijkcijfers, maar zowel het bedienen van specifieke doelgroepen als het bereiken en verbinden van een brede doorsnede van de Nederlandse samenleving voorop. D66 heeft zich de afgelopen periode sterk gemaakt voor het halveren van de bezuinigingen van dit kabinet op de publieke omroep.
Naast de traditionele, van oorsprong verzuilde omroepen zijn nieuwe omroepen tot het bestel toegetreden. De publieke omroep is in ontwikkeling, met een groeiende rol van NPO, netcoördinatoren en programmaraden. D66 gaat door op de ingezette lijn. Daarin mogen ook andere producenten dan de omroepverenigingen programma’s maken voor de publieke omroep. Mensen blijven de mogelijkheid houden om bijvoorbeeld door middel van lidmaatschap, invloed uit te oefenen op het programma-aanbod. De taakomroepen NOS en NTR nemen een bijzondere positie in, omdat zij zorg dragen voor de brede nieuws- en informatievoorziening.

Onafhankelijke en vrij toegankelijke publieke omroep

D66 vindt een sterke, onafhankelijke, pluriforme publieke omroep die nationaal en lokaal is geworteld in de samenleving, van essentieel belang voor het functioneren van de democratie. Die staat of valt immers met goed geïnformeerde burgers. In een sterk veranderend medialandschap moeten we ervoor blijven zorgen dat de inhoud van die publieke omroep vrij toegankelijk is, ook wanneer mensen (in Nederland of in overige EU-lidstaten) bijvoorbeeld alleen nog maar online tv of radio consumeren. De onafhankelijkheid van de publieke omroep wordt vooral gewaarborgd door een overheid die haar rol kent. De overheid stelt duidelijke kaders, maar gaat niet over de inhoud van de programmering. De bezuiniging op de regionale omroepen zoals opgenomen in het Regeerakkoord Rutte II wordt met minimaal €5 mln. naar beneden bijgesteld.

Versterking regionale publieke media

In de toekomst zal NPO dé uitgever zijn van landelijke publieke media en zullen de regionale publieke media bestuurlijk geworteld blijven in de regio, met behoud van zelfstandigheid, door eigen zendmachtiging en budget. Dat is de beste manier om de journalistieke onafhankelijkheid te borgen. Uitgangspunt daarbij is wel standaardisering en harmonisering van de techniek, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de landelijke publieke omroep. Hierdoor kan optimaal gebruik worden gemaakt van de innovatiekracht van de publieke omroep en is sprake van een efficiënte besteding van publieke middelen. Per zender of medium zal een hoofdredacteur verantwoordelijk zijn voor de inhoud. Als buffer tussen programmamakers en politiek is een sterke programmaraad onontbeerlijk. De regionale omroepen krijgen naast hun eigen kanaal zendtijd op één van de landelijke netten voor regionaal nieuws en informatieve programma’s over de regio. Dit stimuleert samenwerking en vergroot het bereik van de regionale omroepen. De samenwerking tussen regionale omroepen die nu gestalte krijgt is een goede stap op weg naar versterking van deze omroepen.

Versterking lokale journalistiek

Lokale omroepen zijn nu financieel afhankelijk van de lokale overheid. Dat is onwenselijk. D66 wil dat lokale omroepen landelijk gefinancierd worden, zodat ze onafhankelijk kunnen opereren. Mede ter versterking van de lokale democratie is het belangrijk dat de overheid ook blijft investeren in de lokale omroepen. We verwachten van omroepen, ook de lokale, dat ze innoveren. Belemmeringen voor privaat-publieke samenwerking met online en printmedia nemen we weg.

Lees hier het volledige verkiezingsprogramma van D66

https://verkiezingsprogramma.d66.nl/