Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 21 februari 2017

Verslag D66-debat over regionale media

De landelijke thema-afdeling Media van D66 organiseerde op dinsdag 10 februari 2015 een debat over regionale media. Dit debat vond plaats in de tv-studio van de Noord-Hollandse regionale omroep RTV NH in Amsterdam, waar ook stadszender AT5 huist. D66 Media deelt in deze rapportage (hier te downloaden) haar belangrijkste conclusies over de ontwikkeling van regionale media in Nederland.

Met de provinciale verkiezingen in het zicht is het belangrijk aandacht te hebben voor de regionale omroepen, hun functioneren, hun toekomst en de rol die zij spelen in het democratisch stelsel. Behalve de omroepen wil D66 Media het ook hebben over de regionale krant en de groeiende invloed van digitale tegenhangers op beide ‘traditionele’ media.

In het debatpanel schoven drie vertegenwoordigers van de regionale media aan: gastheer Paul van Gessel, directeur van de fusie-omroepen RTV NH en AT5, directeur Gerard Schuiteman van de Stichting Regionale Omroep Overleg en Samenwerking (ROOS) en hoofdredacteur Hans Snijder van Leeuwarder Courant. De discussie wordt geleid door Jeroen Mirck, bestuurslid van D66 Media.

Belangrijkste conclusies

Verderop leest u een uitgebreid verslag van het debat. Dit zijn de belangrijkste conclusies die de thema-afdeling Media graag wil meegeven aan de politieke vertegenwoordigers van D66 in gemeenten, provincies en de Tweede Kamer:

  • Aangezien de regionale en lokale journalistiek onder druk staan, moet worden gestimuleerd om te zoeken naar een versterkte samenwerking van schrijvende en audiovisuele pers om hun (onderzoeks)journalistieke functie ten behoeve van het democratisch bestel te waarborgen.
  • Alle omroepen (zowel landelijk als regionaal) hebben er baat bij als de politiek de drempels verlaagt voor publiek-private samenwerking met publieke omroepen, in de eerste plaats voor samenwerking met digitale en printmedia. Ook moeten niet te snel blokkades worden opgeworpen voor thematische samenwerking met het bedrijfsleven.
  • Innovatie moet worden gestimuleerd, niet tegengewerkt. De overheid dient sneller pilots toe te staan om nieuwe ontwikkelingen uit te proberen, maar bij voorkeur ook ruimte te bieden voor initiatieven nadat de pilotfase erop zit. Denk voorbij de experimenteertermijn!
  • De Nederlandse Publieke Omroep (NPO) moet niet alleen met de regionale omroepen blijven overleggen over timeslots op het publieke net, maar ook al met hen in gesprek gaan over het niet-lineair aanbieden en het anderszins ontsluiten van content. Ontsluiting mag daarbij breder en ruimhartiger worden toegepast, bijvoorbeeld door het gebruik van social media en YouTube. Ook inhoudelijk dient er intensiever te worden gesproken over samenwerking tussen landelijke en regionale omroepen, al was het maar uit efficiency-oogpunt.
  • Regionale omroepen moeten ook zelf proactief aan de slag gaan. Praten over innovaties en wachten tot de ander beweegt, zorgt voor nodeloze vertraging van vernieuwing. Sneller schakelen is het devies voor álle partijen.

Samenvatting van het regionale mediadebat

Inleiding Paul van Gessel (RTV NH): “Dit is de tijd dat het minder goed gaat in de journalistiek. Er is erosie aan de gang. De oplossing schuilt in partnerships, in dwarsverbanden zoeken. Een voorbeeld daarvan is dat wij een partnership zijn gestart met de Consumentenbond op zeven regionale omroepen tegelijk. Daarbij moeten ook zeker de regionale kranten betrokken worden, zoals in ons geval Het Parool. Wij zouden meer de krachten willen bundelen. AT5 en RTV NH hebben hun beider backoffice en techniek volledig samengevoegd. Er kan ons wel eens een ware fusiegolf te wachten staan, wij kunnen veel efficiënter opereren met z’n allen.”

Inleiding Gerard Schuiteman (ROOS): “Iedere week bereiken de regionale omroepen 5 miljoen kijkers en 3 miljoen luisteraars. Er werken 1.300 mensen in de sector. Dat betekent tegelijkertijd dat er veel geld in om gaat. Bezuinigingen gaan we vorm geven zonder dat het ons product raakt. het is zaak fusies te zoeken op organisatorische gronden. Centraal staat: wat is onze toegevoegde waarde? Wij zoeken die in journalistieke media. Daar ligt een uitdaging om de democratische taak te waarborgen.”

Inleiding Hans Snijder (Leeuwarder Courant): “Er is sprake van een spagaat: gaat het nou slecht of eigenlijk heel goed? Dat wil zeggen: regionale pers heeft het moeilijk, maar nieuws uit eigen omgeving/biotoop is nog nooit zo belangrijk geweest. De uitdaging voor regionale media zit hem in vijf zaken:

  1. Waar staan we voor? We moeten het kloppende hart willen zijn voor alles wat met nieuws van doen heeft. Wat is onze visie op inhoud en identiteit?
  2. De mogelijkheid om relatie/dialoog aan te gaan met mensen in de regio.
  3. Durf te delen: samen doen. Een goed voorbeeld is de samenwerking tussen LC en Omroep Fryslan. Zet makers bij elkaar en laat ze ontdekken waar men elkaar kan versterken. Zowel bij de kranten als bij de omroepen en alle andere makers die zich daarbuiten begeven.
  4. Vernieuwing en tegenspraak. Binnen de organisatie zorgen voor tegenspraak. Daarmee kun je stappen zetten.
  5. Het gaat om nieuws, nieuws, nieuws. Eigen verhalen maken! Wij moeten ons onderscheiden op inhoud.”

D66Media-debat-2015

Het debat wordt gevoerd aan de hand van de volgende stellingen:

1. De regionale omroep heeft extra subsidie nodig om haar rol als waakhond van de lokale en provinciale democratie te kunnen behouden.

Van Gessel: “We hebben genoeg geld. Wij moeten eerst naar onszelf kijken, hoe gaan we verdelen wat we al hebben. Ondernemerschap mag wat meer terugkeren.”

Snijder: “Waar zit de eigen geur en smaak van onze bestedingen? Wat is de toegevoegde waarde? Het moet kenmerkend zijn voor de regio.”

Van Gessel: “In de VS nemen mensen zelf de macht. Wat zij belangrijk vinden wordt centraal gesteld. Wij werken meer bottom-up. We hebben een totaal nieuwe communicatiestroom. Kijk wat er speelt en maak dat politiek, in plaats van de politiek naar de samenleving te gaan vertalen.”

Schuiteman: “Iedere omroep heeft z’n eigen thema’s. Gasboringen in Groningen, jeugdwerkeloosheid in Amsterdam. Wat speelt er in de samenleving. Men wilt weten wat er in de omgeving gebeurt.”

Snijder: “Voor regionalen geldt: waar zijn we precies voor? Er zijn omroepen waar het tijd heet gekost voordat ze eindelijk geen klein Hilversumpje meer speelden. Hoe eigenzinniger hoe beter, zonder eigen smoel ga je nat. En dat kan op allerlei innovatieve manieren.”

Mirck: “We zien op het Binnenhof ook nog veel te veel traditionele journalistiek.”

Van Gessel: “Het wordt al lastig om de provincie Noord-Holland naar televisie te vertalen. Provinciegrenzen zijn gedateerd uit de 19e eeuw. Friesland en Amsterdam zijn centrale omgevingen in die samenleving. We moeten denken in clusters. Daar waar ze wonen, werken en boodschappen doen. Ik ben blij met schaalvergroting op bestuurlijk niveau en wil dat op journalistiek niveau verfijnen.”

2. Samenwerking tussen regionale omroepen en regionale kranten is noodzakelijk voor hun beider voortbestaan.

Van Gessel: “Ondernemerschap binnen de publieke sector moet groeien. Met dat pathetische gedoe van afwachten en hand ophouden heb ik niets. De culturele sector moest ook op zoek naar nieuwe mogelijkheden. Geld is om de grote massa beter te bereiken. Uiteraard is er de vaste financiering. Daarnaast moet zo’n 20/30% bijverdiend worden, niet door commercieel te zijn, maar door relevant te zijn. En dat lukt het best in pakketten: digitaal, tv/radio en print. Daarom moeten wij samen gaan werken.”

Snijder: “De politiek kan media helpen door meer te tamboereren op publiek/private mogelijkheden. We kunnen somber gaan doen over regionale journalistiek, maar we hebben vooral een uitgeefprobleem. We hebben de politiek nodig om door barrières heen te breken. En daarna geldt: show me the results!”

Mirck: “L1 en Dagblad De Limburger zijn een gezamenlijke nieuwssite begonnen. Waarom niet nu beginnen?”

Schuiteman: “We moeten zoeken naar waar onze journalistieke functie is te versterken. We verzanden nu in een moeras van regels. Wat wil de overheid van ons? Kom met een kader waarbinnen dat past.”

Bart Barnas (hoofdredacteur AT5, vanuit publiek): “We zijn begonnen met alle onzin weg te snijden en te kijken naar wat er écht leeft in de omgeving. Bij ons is dat onder meer jeugdwerkeloosheid. De provincie stelt zich ten doel om dat te verminderen. Wij hebben een serie ontwikkeld om samen iets te bouwen. Daarbij willen we een bedrijf aan jongeren binden, zodat jongeren zich verder kunnen ontwikkelen. In dat geval ga je als publieke zender wel samenwerken met een commerciële partij, en dat mag niet. Daar wringt de schoen bij veel samenwerkingen.”

Ouke Arts (media-consultant, vanuit publiek): “De hoofdvraag is hoe wij de journalistiek bij ons publiek brengen. Wat is onze visie op publiek/private samenwerking? Daar horen we de politiek niet over, ook D66-Kamerlid Kees Verhoeven niet. Wat ik vooral wil zeggen: laat de publieke media even met rust. Laat ze lekker experimenteren. De Limburgers zijn heel stoer. Zij doen het gewoon.”

Van Gessel: “Wij worden uitgevers. We zullen dingen moeten zoeken waarmee we niet de kranten in de weg gaan lopen. Het Commissariaat voor de Media (CvdM) zit als een bok op de haverkist als het om samenwerkingen gaat. Gooi het open! Maak samenwerking en ondernemerschap mogelijk!”

3. De regionale omroepen moeten op het publieke net een eigen tijdslot krijgen.

Schuiteman: “Wij willen dat heel graag. Dit kabinet wil het, net als het vorige kabinet, maar het overleg verzandt vaak in een competentiediscussie waarna het weer wordt uitgesteld.”

Snijder: “Vensterprogrammering in 2015? Dat is een discussie met de rug naar de dag van morgen. Lineair kijken is achterhaald.”

Schuiteman: “Wij willen onze producten bij het publiek brengen, dus op alle manieren, ook via een venster. Ik ben blij dat er een tijdslot komt waar mensen zitten. Het was altijd een competentiediscussie., die kunnen we nu wel doorbreken.”

Snijder: “Als het regionaal is, moet je het kunnen vinden bij Parool of AT5. Politiek zou kunnen hameren op wat je achter de schermen kan doen, media moeten ontsloten worden op plekken waar je het verwacht te zien. Niet op een geforceerd NPO-domein.”

4. Regionale media moeten actief aan de slag met innovatie.

Snijder: “Wij moeten ons bezig houden met inhoud. Wij zijn geen distributeurs. Innovatie moet je van buiten halen. Wij redeneren vanuit content.”

Van Gessel: “Maak het nieuws en breng het nieuws. Journalisten zijn goed in het eerste, maar slecht in het tweede. De makers moeten ook innovators zijn. Wij zijn bevolkt met mensen uit traditionele media. Wij hebben 30 stagiaires: die zijn niet bezig met vensterprogrammering, maar zijn content zelf aan het delen via social media. We moeten daarheen gaan waar het publiek zit. In Hilversum zit een bestuur dat dit gevaarlijk vindt. Onbevangenheid om nieuwe distributiekanalen aan te vangen wordt aan bestuurlijke kant, zoals bij NPO, vaak tegengehouden. Journalist moet ook marketeer willen zijn.”

Schuiteman: “Technologie wordt steeds sneller. Wij moeten produceren en uitspelen, op social media gaat het wel rondzingen. Ik durf niet te voorspellen wat het over drie jaar doet. Hoe ziet de technologie er dan uit?”

Snijder: “Natuurlijk moeten onze mensen mee, maar onze essentie is content. Eigen verhalen die anderen niet hebben, daar draait het om. Dan heb je wat te bieden.”

Van Gessel: “De primeur wordt steeds relatiever. Waar je vroeger een zaterdagoplage op kon stutten, is niet meer relevant, daar valt niet meer aan te verdienen. De technologie streeft daaraan voorbij. Waarschijnlijk zit er op dit moment een puistenkop in Friesland iets te ontwikkelen dat de wereld op z’n kop gaat zetten. En we weten niet wanneer dat is.”

Vragen of opmerkingen?

Heeft u vragen of opmerkingen over regionale media, over de adviezen hierover van D66 Media of over mediazaken in het algemeen? Neem dan contact op met het bestuur van de thema-afdeling Media via secretaris@d66media.nl. Wilt u deze rapportage bewaren, download hem dan hier.

Bestuur van thema-afdeling D66 Media